Op 24 augustus 2022 gaf de Rechtbank Midden-Nederland antwoord op de volgende vraag: verjaart een restschuld terwijl er al jarenlang loonbeslag loopt? Het antwoord van de rechtbank was helder: nee. Het loonbeslag zorgde juist voor voortdurende stuiting van de verjaring.
Deze uitspraak is relevant voor zowel schuldeisers als debiteuren, omdat zij duidelijkheid geeft over de juridische werking van een derdenbeslag, waarbij periodiek afgedragen wordt.
Wat speelde er?
De zaak draaide om een hypothecaire geldlening die in 2007 was verstrekt. Nadat betalingsachterstanden waren ontstaan, eiste de bank in 2010 de volledige lening op. Vervolgens werd executoriaal loonbeslag gelegd op het inkomen van de schuldenaar. Voor jarenlang werden er maandelijks bedragen door de werkgever afgedragen aan de gerechtsdeurwaarder, alwaar het dossier in behandeling was.
Na verkoop van de woning in 2012 bleef een aanzienlijke ‘restschuld’ over. Jaren later stelde de schuldenaar dat deze restschuld inmiddels was verjaard. Volgens hem was het loonbeslag daarom vanaf 2017 onrechtmatig geweest en moest de bank ruim € 73.000 terugbetalen.
De bank was het daar niet mee eens en stelde dat de verjaring voortdurend werd gestuit door het lopende loonbeslag.
Wanneer verjaart een vordering?
In dit geval betreft het de verjaring van een rechtsvordering, nu er geen rechter of arbiter aan te pas gekomen is. In beginsel moet een vordering elke vijf jaar gestuit worden, om (gedeeltelijke) verjaring te voorkomen (3:307 lid 1 BW). Een schuldeiser moet dus tijdig actie ondernemen om te voorkomen dat een vordering niet meer afdwingbaar wordt. Echter, artikel 3:323 lid 3 BW maakt hierop echter een uitzondering voor vorderingen die door een hypotheek zijn verzekerd. In dat geval geldt een verjaringstermijn van 20 jaar, die begint op de dag nadat de hypotheek aan de verbintenis is verbonden.
Omdat het hypotheekrecht in dit geval al uitgewonnen is, doet deze uitzondering zich hier niet voor, de vijf jaren termijn blijft in dit geval van kracht.
Het Burgerlijk Wetboek kent ook regels over zogeheten “stuiting”. Door een stuitingshandeling begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Bekende voorbeelden zijn het treffen van een betalingsregeling of een daad van rechtsvervolging.
De centrale vraag in deze zaak was daarom: valt executoriaal loonbeslag ook onder zo’n stuitingshandeling?
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het executoriale loonbeslag inderdaad een daad van rechtsvervolging is in de zin van artikel 3:316 BW. Volgens de rechtbank was daarbij van groot belang dat 1. de schuldenaar wist dat beslag was gelegd; 2. er maandelijks bedragen op zijn loon werden ingehouden; 3. de inhoudingen rechtstreeks verband hielden met de openstaande schuld.
Daardoor werd de schuldenaar voortdurend geconfronteerd met het feit dat de schuldeiser zijn rechten bleef uitoefenen. Dat is precies het doel van de wettelijke regeling rond stuiting: de schuldenaar moet begrijpen dat de schuldeiser zijn aanspraak niet laat rusten.
De rechtbank concludeerde daarom dat iedere maandelijkse executiehandeling binnen het loonbeslag opnieuw een stuitende werking had. Van verjaring was dus geen sprake.
Waarom is deze uitspraak belangrijk?
Deze uitspraak is juridisch interessant omdat zij verduidelijkt dat een langdurig executoriaal loonbeslag méér is dan alleen een executiemaatregel. Het beslag heeft ook invloed op de verjaring van de onderliggende vordering. Voor schuldeisers betekent dit dat een lopend loonbeslag kan voorkomen dat een vordering verjaart. De voortdurende executiehandelingen versterken de rechtspositie en daardoor is een aparte stuitingsbrief niet steeds nodig.
Voor schuldenaren betekent dit juist dat een beroep op verjaring minder snel slaagt zolang beslag actief wordt uitgevoerd.
Conclusie
De Rechtbank Midden-Nederland maakt met deze uitspraak duidelijk dat executoriaal loonbeslag een krachtige juridische werking heeft en toont aan dat verjaring binnen het executierecht complex kan zijn. Het enkele verloop van tijd betekent niet automatisch dat een schuld verjaard is. Zeker wanneer een schuldeiser actief incasseert via loonbeslag, kan de verjaring telkens opnieuw worden onderbroken. Daardoor bleef de restschuld in deze zaak afdwingbaar en waren de verkregen gelden vanuit het loonbeslag niet onrechtmatig verkregen.
Vragen over verjaring of loonbeslag?
Heeft u vragen over verjaring, loonbeslag of de executie van een vonnis? Stam Gerechtsdeurwaarders denkt graag met u mee over de mogelijkheden in uw dossier. Neem gerust contact met ons op voor een eerste beoordeling.
